Hihi’s Kip-Kerrie met champignons

Yama is dol op kip-kerrie, dus eens in de zoveel tijd maak ik een pan kip-kerrie met dit recept, waar je tenminste 6 royale porties uithaalt. De kip-kerrie laat zich prima invriezen en is daarom ideaal voor een makkelijke maaltijd naderhand. Dan hoef je alleen maar van tevoren de kip-kerrie uit de vriezer te halen en deze ’s avonds op te warmen terwijl je rijst kookt. Eventueel kook ik er nog wat peultjes of sugarsnaps bij of serveer ik het met snel gewokte Chinese kool (met een lenteuitje). Overigens maak ik de kip-kerrie meestal van tevoren. Hij smaakt nou eenmaal beter als hij een keer volledig is afgekoeld.

De basis van de kerriesaus bestaat uit ui, wortel en bleekselderij. En voor iedereen die nu begint te roepen dat dat helemaal niet in een kerriesaus thuis hoort: proef en gij zult van gedachten veranderen. Bovendien is het een uitstekende manier om extra groenten in het gerecht te verwerken, terwijl niet groentenliefhebbers niet in de gaten hebben dat de groenten erin zitten. Uitstekend geschikt voor kinderen die luidkeels tegen zichtbare groenten ageren. Ik heb ook wel eens andere restjes groenten in de saus verwerkt (zoals tomaat en prei) en dat gaat prima.

Zelf gebruik ik een mix van kerriepoeder: de helft Engelse kerrie (mild), een kwart kerrie Madras (licht pikant) en een kwart Masala of Indiase kerrie (pittig). Als je niet van pittig houdt, zou ik het bij een milde kerrie houden.

Tijd om de keuken in te gaan!

Totale bereidingstijd is ongeveer een uur. Daar staat tegenover dat je naderhand een paar keer snel klaar bent met het op tafel zetten van een smakelijk maal.

Dit heb je nodig:

  • olijfolie (gewone, geen extra vierge)
  • boter
  • 4 volle eetlepels kerriepoeder
  • 4 uien, grof gesneden
  • stuk wortel of winterpeen (ongeveer 50 gram), in blokjes
  • 6 stengels bleekselderij, inclusief blaadjes als ze eraan zitten, gesneden
  • minstens 5 tenen knoflook, grof gehakt
  • 2 kippenbouillon blokjes en kokend water
  • 600 gram kipfilet, in blokjes
  • 2 bakjes champignons, ik gebruik meestal 1 bakje witte en 1 bakje kastanje champignons.
  • theelepel bloem
  • lenteui, gesneden
  • crème fraîche
  • zout en peper
  • keukenmachine of staafmixer

Snijd de ui, wortel, selderij en knoflook.

Neem een droge koekenpan (een kleine als je hebt), dus zonder olie of boter, en toast de kerriepoeder op een halfhoog vuur. Dit zorgt voor een betere smaak van de kerrie en voorkomt dat je een poederachtige of korrelige textuur van de saus krijgt. Af en toe het kerriepoeder roeren of husselen. Zorg dat de kerrie niet aanbrandt. Als de kerrie goed begint te geuren haal je de pan van het vuur en doe je de kerrie een een kommetje. Als je de kerrie in de pan laat, loop je het risico dat de kerrie alsnog aanbrandt.

ui, selderij, wortel en knoflook

Doe wat olijfolie in een grote (hoge) koekenpan of een hapjespan en fruit de ui. Voeg daar de wortel- en selderij blokjes aan toe. De combinatie ui, wortel en selderij wordt mirepoix genoemd. Als de ui begint te carameliseren voeg je de knoflook toe. Even laten meebakken en ervoor zorgen dat de knoflook niet aanbrandt, dan wordt ‘ie bitter. Voeg een derde van het kerriepoeder toe en laat dit even meebakken. Afblussen met kokend water totdat het groentenmengsel net onder water staat. Voeg een verkruimeld bouillonblokje toe, roer het geheel goed door elkaar en laat een kwartier op een zacht vuur sudderen met een deksel op de pan. Proef het groentemengsel en kijk of er genoeg kerriesmaak in zit. Zo nodig voeg je meer kerrie toe, totdat je de juiste smaak hebt. Haal daarna de pan van het vuur en laat het groentemengsel iets afkoelen. Ik hevel het meestal over naar een kom, dan koelt het iets sneller af en kan ik de koekenpan weer gebruiken voor de champignons en de kip.

Intussen snijd je de kipfilet in blokjes. Voeg twee derde van de hoeveelheid kerrie die je nog over hebt toe aan de kipfilet en hussel dit, zodat ieder blokje kip in ieder geval wat kerriepoeder op zich heeft. Mocht je intussen gemerkt hebben dat de kerriegroentenmix te sterk voor je smaak was met de aanvankelijke hoeveelheid kerrie, dan voeg je wat minder kerrie aan de kip toe.

champignons

Snijd de champignons in vieren of in zessen, afhankelijk van het formaat van de champignons (zie foto). Bak de champignons in de koeken- of hapjespan met een beetje boter en oliefolie op een hoog vuur totdat het vocht eruit begint te komen. Breng op smaak met wat peper en zout. Zet het vuur halfhoog en bak de champignons nog even door. Haal ze daarna uit de pan en zet ze opzij. Maak de koekenpan schoon (kan ook door er een stuk keukenpapier door te halen, de pan hoeft niet brandschoon).

Terwijl de champignons bakken, pureer ik het groentenmengsel in de keukenmachine. Met de staafmixer kan ook. Los het tweede bouillonblokje op in een koffiemok kokend water en voeg dit in scheutjes al roerend aan het groentenmengsel toe totdat je een gladde saus hebt. Waarschijnlijk houdt je wat bouillon over; die gebruik je straks weer voor de saus.

kip kerrie

Smelt een beetje boter in de koekenpan met een scheut olijfolie en bak de kip op een hoog vuur aan. De kip niet helemaal gaar bakken, want deze gaart verder in de saus die nu gemaakt wordt. Voeg de bloem toe en bak deze kort mee (maximaal 1 minuut). Zorg ervoor dat het niet aanbrandt. Afblussen met de kippenbouillon als je die over had en anders met een flinke scheut kokend water. De gebakken bloem bindt zich nu met het vocht tot een saus (net als bij een roux, zie ook mijn recept voor béchamelsaus bij mijn bolognesesaus). Voeg de champignons, inclusief het vocht, toe. Voeg al roerend de gepureerde groentensaus toe. Laat de pan met het deksel erop, op een laag vuur nog een minuut of 10 zachtjes pruttelen. De laatste 5 minuten de lenteui toevoegen. Proeven en zo nodig extra kerrie, zout en peper naar smaak toevoegen. Vlak voor het opdienen roer ik nog een beetje crème fraîche door de saus (dat doe ik overigens niet in de grote pan als ik weet dat er nog porties worden ingevroren). Serveren met sambal naar keuze.

Aan tafel

Mocht je nog getoast kerriepoeder over hebben, dan kun je dat gewoon bewaren voor een volgende keer.

Dit is een eenvoudig gerecht dat ook uitstekend te gebruiken is als basis voor een ander gerecht. Als het goed is, kun je alle individuele ingrediënten proeven, terwijl het geheel uitgebalanceerd is en een mooi geheel vormt. Het is een basisrecept waarmee je naar eigen inzicht kunt variëeren.

Zo is dit recept eenvoudig om te bouwen tot een vegetarische variant. Vervang de kippenbouillon door groentebouillon en verdubbel de hoeveelheid champignons. Dan bak je de kerriepoeder die in het oorspronkelijke recept bij de kip gaat, met de champignons mee als het vocht eruit is gekomen. Of je gebruikt (gebakken) bloemkool.

Voor een glutenvrije variant laat je de bloem weg en gebruik je glutenvrije bouillonblokjes. Zorg er bij het weglaten van de bloem voor dat je de gepureerde groentensaus wat dikker laat.

De kerriesaus heeft zowel zoete als hartige (umami) smaakcomponenten. De kruidencombinatie leent zich uitstekend om mee te experimenteren, bijvoorbeeld met garnalen of varkenshaas. Of gebruik kokosroom in plaats van créme fraîche.

Je weet nu in ieder geval hoe je een gebonden saus kunt maken, zonder dat je een pakje gebruikt. Dat heeft als extra voordeel dat je stukken minder zout gebruikt en dat je weet wat je binnenkrijgt.

Eet smakelijk!

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Hihiwiwi’s Southwestern Dry Rub BBQ

Wat mij betreft is het BBQ seizoen begonnen. Kipsaté, shaslick, gevulde champignons en koteletjes van de BBQ; ze zijn allemaal om je vingers bij op te eten. Nu is de Yamastyle Southwestern sweet smoked chili onion bacon cheeseburger doorgaans al een juweeltje, maar van de BBQ is deze burger werkelijk fenomenaal.

Om deze burger te kunnen maken, is een echte Southwestern Dry Rub essentieel. Daarom (en op veler verzoek) het enige echte originele recept van Hihiwiwi’s Southwestern Dry Rub.

  • 2 eetlepels paprikapoeder
  • 2 eetlepels gemalen komijn
  • 2 eetlepels knoflookpoeder
  • 2 eetlepels chilipoeder (bij gewone chilipoeder, bij hele hete chilipoeder mag het iets minder)
  • 2 eetlepels uienpoeder
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker
  • 2 theelepels zout
  • 2 theelepels cayenne peper
  • 2 theelepels gemalen zwarte of 4 seizoenen peper
  • 2 theelepels gemalen witte peper

Alles in een schone pot en even schudden. Klaar.

Dry Rub in laagjes

Dan is de burger daarna zo gemaakt.

Neem 2 tartaartjes van 120 gram, vorm daar burgers van en wentel ze in de Dry Rub.

Zet de rest van de ingrediënten klaar. Kaas, uien, spek, chili, sla en guacamole.

Burgers op de grill. Spek kan er ook bij, of in de pan (dan zitten de buren niet zo in de rook).

Burger bouwen

Intussen maak je de chili-uien. Zet de koekenpan op hoog vuur. Flinke scheut zonnebloemolie in de pan, eventueel met een klontje boter of spekvet. Uienringen erbij en husselen. Na een minuut of 4 voeg je een flinke schep bruine basterdsuiker toe en een schepje chilipoeder. Beetje zout toevoegen. Zorg dat de uien niet aanbranden. Als de uien lekker gekarameliseerd zijn, afblussen met een scheut balsamico. Klaar. Het hele proces duurt tussen de 7 en de 8 minuten, ongeveer dezelfde duur als de burgers nodig hebben om te garen.

chili ui

Als de burgers bijna gaar zijn leg je er een plak kaas op, zodat deze mooi kan smelten. En daarna is het tijd om de burger in elkaar te zetten. Sauzen naar keuze en eigen smaak: mayonaise, mosterd, ketchup, BBQ-saus of allemaal.

Bonnes!

Omnomnom

De rub is ook uitstekend geschikt om heerlijke spiezen mee te maken. Bijvoorbeeld kip- of varkenshaasspiezen. Te gebruiken als dry rub of om met een beetje (olijf)olie – geen virgin of extra virgin! – tot een marinade te mengen. Als je hem als Dry Rub gebruikt, het vlees nog wel even licht invetten voordat het de BBQ op gaat.

southwestern kip spies

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Bolognesesaus à la Hihi

Lasagne. Uit een pakje. Ik weende stilletjes toen ik op Twitter las dat dat een van mijn volgers voornemens was om dat te bereiden. Ik beloofde om hem mijn bolognesesaus recept te geven, zodat hij in de toekomst niet meer met een pakje poeder hoeft te prutsen. Daar werd enthousiast op gereageerd en al helemaal toen ik aangaf dat deze saus niet alleen heerlijk is in lasagne of met spaghetti, maar ook als basis voor chili con carne of als tomatensaus op een pizzabodem te gebruiken is. En dat je hem heel goed kunt invriezen. Vervolgens kwam vanuit meerdere kanten het verzoek om mijn recept te delen. Hier is het dan. Voor een grote pan vol waar je dagen van kunt eten, gewoon het recept verdubbelen (met uitzondering van de wijn en de bouillon, daar houd je de oorspronkelijke hoeveelheid aan; als de saus te dik blijft kun je een scheut kokend water toevoegen):

  • olijfolie
  • 1 pond gehakt (zelf gebruik ik de helft runder gehakt en de helft half-om-half gehakt)
  • 1 grote ui, fijn gesneden
  • minstens 2 tenen knoflook, fijngehakt
  • 2 blikken gepelde tomaten of een kilo verse (die moet je dan wel eerst onvellen en ontzaden)
  • groot blikje tomatenpuree
  • kippenbouillon, gemaakt van 1 blokje kippenbouillon en 300 ml water
  • 1/2 glas rode wijn
  • 1 theelepel gedroogde oregano
  • 1 laurierblaadje
  • rozemarijn (optioneel)
  • zout en peper

Rul het gehakt in een koekenpan. Doorgaans doe ik daar geen olie of boter bij. Als het mooi bruin en fijn is hevel je het over naar een grote pan waarin je de saus zal laten pruttelen.
Fruit de ui in olijfolie in de koekenpan. Als de ui goudbruin begint te worden, voeg je de knoflook toe. Even laten meebakken, maar vooral niet laten aanbranden. Hevel het ui-knoflook mengsel over naar de pan met gehakt en roer het geheel door.
Doe een beetje olijfolie in de koekenpan en bak de tomatenpuree (ontzuren). Niet laten aanbranden, dus steeds roeren.
Tomatenpuree afblussen met de kippenbouillon en goed roeren tot je een gladde saus hebt. Voeg de wijn toe en roer goed. Voeg daarna toe aan het gehakt/ui mengsel. Roer het geheel door en zet op een laag vuur.
Intussen de gepelde tomaten laten uitlekken in een vergiet en daarna de tomaten in blokjes snijden. Je kunt natuurlijk ook blikken blokjes tomaat gebruiken. Tomaat en het uitgelekte vocht toevoegen aan de pan met gehakt mengsel en doorroeren.
Voeg de oregano en het laurierblaadje toe aan het mengsel en laat dit aan de kook komen. Dan op een lage pit laten pruttelen. Ik voeg dan zelf nog takjes verse rozemarijn toe, die ik er naderhand uitvis. Ik laat het minstens vier uur pruttelen. Hoe langer, hoe beter. Af en toe roeren en proeven.
Peper en zout naar smaak toevoegen. Klaar!

Van saus naar Lasagne

Meestal maak ik een grote pan en vries een aantal porties in. Als ik chili con carne maak, voeg ik komijnpoeder, paprikapoeder en chilipoeder aan de saus toe.

Op lasagne hoort natuurlijk béchamelsaus. Met kaas. Dit is het recept om een grote lasagne (4-6 personen) van een lekkere laag béchamelsaus te voorzien.

  • 50 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 6 deciliter melk
  • een schijf ui
  • peperkorrels
  • laurierblaadje
  • snufje nootmuskaat
  • geraspte kaas

Bechamelsaus

Verwarm de melk met de schijf ui, de peperkorrels en het laurierblaadje. Niet laten koken. Haal van het vuur af en doe het deksel op de pan. Laat het 20 minuten trekken.
Smelt de boter in een steelpan (het liefst eentje met een dikke bodem) boven hoog vuur. Zet het vuur lager en roer de bloem door de boter (dan maak je een roux). De bloem zachtjes bakken, totdat het een lichtbruine/beige kleur heeft. Haal de pan van het vuur. Zeef de melk en voeg ongeveer een kwart toe aan de roux. Goed roeren met een garde om klontjes te voorkomen. Voeg de rest van de melk beetje bij beetje toe, totdat je een gladde saus hebt. Zet de pan op een matig hoog vuur en breng onder voortdurend roeren aan de kook. Zet het vuur laag waneer de saus begint te borrelen en dikker wordt. Laat 5 minuten pruttelen onder voortduren roeren. Geraspte kaas erdoor, nootmuskaat, peper en zout naar smaak toevoegen en goed doorroeren. En dan over de lasagne gieten.

Ik maak de lasagne altijd van tevoren. Dan hoef ik niet meer in de keuken te staan als de gasten er zijn. Dan is het alleen nog maar een kwestie van de lasagne de oven in schuiven en wachten. Serveertip: een frisse salade erbij.

Eet smakelijk!

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Feminietsme: over zeurende vrouwen

Ik zou mezelf niet kwalificeren als feminist en dat komt echt niet omdat ik mijn okselhaar niet laat staan en omdat roze speelgoed strijkijzers en/of stofzuigers mij niets doen. Dat komt omdat het huidige begrip feminisme bij mij zeer negatieve connotaties oproept. Namelijk het beeld van de doorgaans onaantrekkelijk uitziende vrouwen met een gek of makkelijk kapsel die klagen over bodyshaming, seksueel getinte opmerkingen op de werkvloer en die zich vooral de slachtofferrol aanmeten. Zo roep ik zelf wel vaker dat het glazen plafond voornamelijk wordt gevormd door witte wijn en hormonen; een stelling die overigens niet door iedereen wordt gewaardeerd.

Houd als vrouwen nou gewoon eens op met klagen, erken dat er een substantieel verschil bestaat tussen mannen en vrouwen en doe daarmee waarvoor het bedoeld is. Zet je vrouwelijkheid in als feature, niet als bug. Neem niet alles zo persoonlijk op, klaag lekker tegen je vriendinnen, slemp zo nodig een fles of wat witte wijn met ze leeg en zeur vooral niet tegen je partner of tegen welke man dan ook. En als je je als vrouw niet lekker voelt in je eigen lijf, doe daar dan wat aan!

Je kunt de gemiddelde man vragen wat hij sexy vindt. En hoewel de meeste mannen dan meteen beginnen over borsten, billen of benen, komt er uiteindelijk uit dat een man een vrouw zoekt die niet met zichzelf overhoop ligt en die vooral niet zeurt.

Daarin zit hem namelijk de kern. Als er iets is waar vrouwen goed in zijn, dan is het zuigen (en dan bedoel ik niet pijpen, nee dan bedoel ik zuigen als in het bloed onder de nagels van mannen halen) en zeuren. Mannen begrijpen dat helemaal niet, kunnen er niets mee en doorgaans bereik je er als vrouw alleen maar mee dat hij op zoek gaat naar een andere vrouw.

Kijk hoe veel plezieriger het leven wordt als je vol vertrouwen je vrouwelijkheid inzet. Flirt met mannen en geniet van de interactie. Praat eens met mannen over iets anders dan jouw gevoelens en hoe jij denkt dat je gekwetst bent en zet dat oestrogeen ego eens opzij. Geniet van de verschillen tussen man en vrouw, koester dat verschil en zie ook de voordelen ervan in.

Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld. Hetero mannen doen alles voor “de vrouwtjes”. En zo eenvoudig is het voor de gemiddelde man helemaal niet om een vrouw in bed te slepen. Jim Jefferies zei ooit al: “It’s easy to be a slut, it’s hard to be a stud.“ Vrouwen hebben een hele waslijst waaraan de potentiële kandidaat moet voldoen, terwijl mannen doorgaans gewoon een vrouw willen waarop zij het willen doen, die vrouw het met hém wil doen en die niet zeurt. Probeer díe maar eens te treffen als op jacht zijnde man.

Overigens is het, zo leert mijn eigen ervaring, als vrouw zoveel gemakkelijker om ongewenste aandacht met een flirtende scherts te pareren – waarbij je het ego van de man in kwestie in stand laat – dan om de verontwaardiging te laten zegevieren, met alle gevolgen van dien. Geef die man gewoon het idee dat hij bijna had gescoord. Iedereen blij: de vrouw met de aandacht – want de eerlijkheid gebiedt om toe te geven dat het een heerlijk gevoel is om gewild te zijn – en de man omdat hij op jacht is geweest; dat hij het vlees nét niet zijn hol heeft binnengesleept doet hem de volgende keer zijn technieken verbeteren en zorgt er waarschijnlijk voor dat hij zijn jachtinstinct aanscherpt.

drag-em-by-the-hair

En nu kom ik, na deze stap opzij, terug op het onderwerp waar het mij om ging. Feminisme. Veel te veel vrouwen snappen niet wat dat inhoudt en waar het echt voor staat. Als het om vrouwenrechten gaat, maak je dan hard voor de zaken die er werkelijk toe doen: kindbruidjes, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis, eerwraak, zuuraanslagen, huiselijk geweld en noem het allemaal maar op. En bedenk dan ook dat mannenrechten in Nederland nog veel te vaak worden geschonden, waar het bijvoorbeeld gaat om omgangsregelingen met kinderen of alimentatieverplichtingen.

De feministes in Nederland houden zich voor mijn gevoel te vaak bezig met zaken die er niet toe doen en gooien daarmee het begrip feminisme ten grabbel. Wat er overblijft is feminietsme. Nobody cares, de hoon wordt over je afgeroepen en er verandert helemaal niets.

Zelfreflectie. Zelfspot. En rode lippenstift. De heilige drie-eenheid.

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Frau Himmler

Vroeger, nog in de tijd van de Apartheid, heb ik een paar jaar in Zuid-Afrika gewoond. Het werk van mijn vader bracht ons daar. We hebben ons gevestigd in een van de Northern Suburbs van Johannesburg. Een groot huis, tuin, zwembad en een maid. Elisabeth heette ze. Altijd een stralende lach en het woord ‘nee’ kwam niet in haar vocabulaire voor. Alles was “Yes missus”.

In die tijd was het doodnormaal om op je erf een huisje te hebben voor de maid. Dat vonden wij als Nederlanders natuurlijk niet kunnen. Nu hadden wij onder ons huis een studio appartement. Dus dat hebben we voor onze maid en haar man ingericht. Nieuwe meubels, koelkast, kookplaat en natuurlijk een straalkachel. Voor in de winter. Want aan centrale verwarming deden ze daar niet in Johannesburg, terwijl het in de winter toch nog best wel koud kon zijn. Ook de standaard 200 Rand in de maand aan salaris voor een maid vonden wij als Nederlanders toch bijna barbaars. Daar werd 300 Rand van gemaakt en er werd ook nog een spaarrekening geopend voor het dochtertje van Elisabeth, waar iedere maand naar ik meen 25 Rand op werd gestort. Puleng heette het dochtertje, Zulu voor prinses. Zo’n prachtig donkerbruin meisje met van die grote bruine ogen.

De man van Elisabeth, Duke, was tuinman. Althans, dat was hij, tot hij ontdekte welk salaris zijn vrouw kreeg. Toen stopte hij met werken. Hij deed nog wel onze tuin, maar zijn activiteiten bestonden voornamelijk uit voor de studio op het bankstel – dat hij naar buiten had gesleept – te zitten en bier of zure melk te drinken in het zonnetje. Overigens aangevuld met het comfortabele gerief van een voluit gloeiende straalkachel. In de zomer. De vaardigheden van Duke als tuinman lieten overigens nog wel wat te wensen over. Zo was hij met name bekwaam in het over het snoer van de elektrische maaier maaien. De uiteinden werden vervolgens aan elkaar gedraaid, beetje tape eromheen en maaien maar weer. Met het snoer in het zwembad. Dat heeft nog wel eens tot een klap geleid.

Duke had overigens, al zittend en bierdrinkend op zijn bank, een lucratief plan bedacht. Ik weet nog goed dat ik op een dag thuis kwam na school en zeker 20 mensen in de achtertuin zag. Een inspectie van onze kant leverde op dat het huisje op ons erf dat voor de maid bestemd was en naar wij dachten leeg stond – want Elisabeth en Duke woonden in de studio – door Duke werd verhuurd. Ka-ching. Het bijgebouw had twee kamers van 3 bij 3. Daar stonden dus 3 stapelbedden per kamer. Op stapels bakstenen. Dat is dan weer tegen de Tokoloshe, een mythische demon zo groot als een kind die een kruising is tussen een watergeest, klopgeest en/of een zombie en die ‘s nachts onder bedden kruipt om de tenen van nietsvermoedende slapers af te knagen. Daarom dus die bakstenen; dan kan de Tokoloshe er niet bij.

himmler_tokoloshe

Voor mijn vader was het een geluk dat hij redelijk bijtijds achter de huisjesmelk praktijk van Duke kwam, want het was in die tijd en in die suburb strafbaar om meer dan twee Niet-Blankes op je erf te hebben wonen. Afijn. Stevig gesprek met Duke gehad. Ook over de straalkachel. Dat ging een tijdje goed, totdat Duke in het midden van de nacht poedelnaakt en zo dronken als een Maleier in de tuin aan het dansen was. Deel van deze dans was om tuinmeubilair in het zwembad te werpen. De volgende dag konden Duke en Elisabeth hun koffers pakken.

Op zoek naar een nieuwe maid dus. Een collega van mijn vader had een maid en die had nog wel een nichtje dat werk zocht. Mamsie heette ze. Ze kwam van het platteland en sprak nauwelijks Engels. “Yes missus” was het eigenlijk wel zo’n beetje. Ze smeerde ganzenvet in haar haar om het mooi glanzend en soepel te houden. Nadeel van ganzenvet in een dergelijk klimaat is dat het binnen twee dagen ranzig wordt. En dat ruik je. Heel erg goed zelf. Die lucht kon je gewoon in blokken snijden. Met de maid van de buren als tolk een gesprek met haar gevoerd over persoonlijke hygiëne. En haar een persoonlijk verzorgingspakket cadeau gedaan. Met zeep, tandenborstel en pasta, deodorant en een alternatief voor ganzenvet. Dat hielp.

Waar dat niet bij hielp was haar onbekendheid met huishoudelijke apparatuur zoals de stofzuiger en het strijkijzer. Prullenbakken werden uitgezogen met de stofzuiger en het strijkijzer werd gewoon, terwijl de stekker nog in het stopcontact zat, zo onder de kraan gehouden om bij te vullen. De stofzuiger zei PLOF en het strijkijzer PATS. Wij zijn toen maar op zoek gegaan naar een nieuwe maid. En een nieuwe stofzuiger en een nieuw strijkijzer. Stom ook eigenlijk van ons: je kunt niet zo’n meisje van het platteland trekken en verwachten dat ze alles zo maar begrijpt. Waar ze vandaan kwam woonde ze in een rondawel zonder elektriciteit en stampte ze maïs met een stok voor de mieliepap. Haar behoefte deed ze even verderop, waarschijnlijk achter een bosje. De plotselinge overgang naar de grote stad was te groot voor haar. Volgens mij was ze blij om weer naar huis te mogen.

De verschillen in mentaliteit, achtergrond en cultuur waren sowieso goed zichtbaar. Ik weet nog dat de buren een elektrische grasmaaier hadden gekocht. Want dan hoefde de tuinman het gras niet meer handmatig te maaien. Op zijn kont en met een schaar. De tuinman was helemaal niet blij met het nieuwe apparaat, want dat betekende dat hij de tuin in ruim een uur kon maaien, in plaats van dat hij er twee dagen over kon doen. En dat betekende dus ook dat hij in de tijd die hij nu over had, wat anders moest doen. Ik heb hem wel verwensingen horen uiten tijdens het nieuwe maaien. Hij vond het wel best, zo op zijn kont en met zijn schaar. Alles op zijn gemak. Hij was niet de enige daarin. Ik weet nog dat als je door de Karoo (een halfwoestijn in de Noordelijke Kaap) reed, het doodnormaal was om donkergekleurde medemensen te zien wachten bij de bushalte, terwijl de volgende bus pas over twee dagen zou komen. Daar hebben wij helemaal geen tijd voor, denk je dan. Hier is het haast, haast, haast.

himmler_karoo

Wellicht ligt de oorzaak van het verschil tussen haast of geen haast in de klimatologische omstandigheden waarin onze verre voorouders zijn opgegroeid. Als je in Noord Europa je zaken niet op orde had, had je geen dak boven je hoofd en bovendien niets te eten als het winter werd. Dat betekende dus plannen, voedselvoorraden aanleggen in droge voorraadschuren, zaden opslaan om in het voorjaar te kunnen planten en warme kleding en dekens maken. Terwijl je in Afrika gewoon het hele jaar door onder een boom kon zitten wachten tot het rijpe fruit er weer eens vanzelf afviel. Maar misschien stel ik me dat wel te romantisch voor.

Ik heb mijn Afrika ervaringen ooit eens gedeeld met een zelfbenoemde kunstenaar op een vernissage. Al heftig vingerwapperend in mijn richting, waardoor de goedkope slempwijn over de rand van zijn glas klotste, maakte hij mij uit voor Frau Himmler. Alleen al omdat ik in het Apartheids Zuid-Afrika had gewoond. Dus ik was een racist en ik discrimineerde bovendien. Wat deze kunstenmaker niet wilde begrijpen, is dat ik in ons gesprek slechts de verschillen in mentaliteit en achtergrond wilde aangeven, zonder daarbij een waardeoordeel aan te meten. Maar ook dat was fout. Het door mij benoemen van feitelijke verschillen rechtvaardigde in zijn visie dat ik het stempel van Nazi opgedrukt kreeg. Zijn betichting heeft bij mij echter niet het door hem beoogde doel bereikt. Sterker nog, als het onder woorden brengen van mijn waarnemingen en ervaringen mij tot een racist maakt, draag ik "Frau Himmler" graag als geuzennaam. Waarvan akte.

Overigens is mijn artikel, althans bijna hetzelfde artikel, eerder gepubliceerd op ikwasinharen

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone