Feminietsme: over zeurende vrouwen

Ik zou mezelf niet kwalificeren als feminist en dat komt echt niet omdat ik mijn okselhaar niet laat staan en omdat roze speelgoed strijkijzers en/of stofzuigers mij niets doen. Dat komt omdat het huidige begrip feminisme bij mij zeer negatieve connotaties oproept. Namelijk het beeld van de doorgaans onaantrekkelijk uitziende vrouwen met een gek of makkelijk kapsel die klagen over bodyshaming, seksueel getinte opmerkingen op de werkvloer en die zich vooral de slachtofferrol aanmeten. Zo roep ik zelf wel vaker dat het glazen plafond voornamelijk wordt gevormd door witte wijn en hormonen; een stelling die overigens niet door iedereen wordt gewaardeerd.

Houd als vrouwen nou gewoon eens op met klagen, erken dat er een substantieel verschil bestaat tussen mannen en vrouwen en doe daarmee waarvoor het bedoeld is. Zet je vrouwelijkheid in als feature, niet als bug. Neem niet alles zo persoonlijk op, klaag lekker tegen je vriendinnen, slemp zo nodig een fles of wat witte wijn met ze leeg en zeur vooral niet tegen je partner of tegen welke man dan ook. En als je je als vrouw niet lekker voelt in je eigen lijf, doe daar dan wat aan!

Je kunt de gemiddelde man vragen wat hij sexy vindt. En hoewel de meeste mannen dan meteen beginnen over borsten, billen of benen, komt er uiteindelijk uit dat een man een vrouw zoekt die niet met zichzelf overhoop ligt en die vooral niet zeurt.

Daarin zit hem namelijk de kern. Als er iets is waar vrouwen goed in zijn, dan is het zuigen (en dan bedoel ik niet pijpen, nee dan bedoel ik zuigen als in het bloed onder de nagels van mannen halen) en zeuren. Mannen begrijpen dat helemaal niet, kunnen er niets mee en doorgaans bereik je er als vrouw alleen maar mee dat hij op zoek gaat naar een andere vrouw.

Kijk hoe veel plezieriger het leven wordt als je vol vertrouwen je vrouwelijkheid inzet. Flirt met mannen en geniet van de interactie. Praat eens met mannen over iets anders dan jouw gevoelens en hoe jij denkt dat je gekwetst bent en zet dat oestrogeen ego eens opzij. Geniet van de verschillen tussen man en vrouw, koester dat verschil en zie ook de voordelen ervan in.

Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld. Hetero mannen doen alles voor “de vrouwtjes”. En zo eenvoudig is het voor de gemiddelde man helemaal niet om een vrouw in bed te slepen. Jim Jefferies zei ooit al: “It’s easy to be a slut, it’s hard to be a stud.“ Vrouwen hebben een hele waslijst waaraan de potentiële kandidaat moet voldoen, terwijl mannen doorgaans gewoon een vrouw willen waarop zij het willen doen, die vrouw het met hém wil doen en die niet zeurt. Probeer díe maar eens te treffen als op jacht zijnde man.

Overigens is het, zo leert mijn eigen ervaring, als vrouw zoveel gemakkelijker om ongewenste aandacht met een flirtende scherts te pareren – waarbij je het ego van de man in kwestie in stand laat – dan om de verontwaardiging te laten zegevieren, met alle gevolgen van dien. Geef die man gewoon het idee dat hij bijna had gescoord. Iedereen blij: de vrouw met de aandacht – want de eerlijkheid gebiedt om toe te geven dat het een heerlijk gevoel is om gewild te zijn – en de man omdat hij op jacht is geweest; dat hij het vlees nét niet zijn hol heeft binnengesleept doet hem de volgende keer zijn technieken verbeteren en zorgt er waarschijnlijk voor dat hij zijn jachtinstinct aanscherpt.

drag-em-by-the-hair

En nu kom ik, na deze stap opzij, terug op het onderwerp waar het mij om ging. Feminisme. Veel te veel vrouwen snappen niet wat dat inhoudt en waar het echt voor staat. Als het om vrouwenrechten gaat, maak je dan hard voor de zaken die er werkelijk toe doen: kindbruidjes, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis, eerwraak, zuuraanslagen, huiselijk geweld en noem het allemaal maar op. En bedenk dan ook dat mannenrechten in Nederland nog veel te vaak worden geschonden, waar het bijvoorbeeld gaat om omgangsregelingen met kinderen of alimentatieverplichtingen.

De feministes in Nederland houden zich voor mijn gevoel te vaak bezig met zaken die er niet toe doen en gooien daarmee het begrip feminisme ten grabbel. Wat er overblijft is feminietsme. Nobody cares, de hoon wordt over je afgeroepen en er verandert helemaal niets.

Zelfreflectie. Zelfspot. En rode lippenstift. De heilige drie-eenheid.

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Frau Himmler

Vroeger, nog in de tijd van de Apartheid, heb ik een paar jaar in Zuid-Afrika gewoond. Het werk van mijn vader bracht ons daar. We hebben ons gevestigd in een van de Northern Suburbs van Johannesburg. Een groot huis, tuin, zwembad en een maid. Elisabeth heette ze. Altijd een stralende lach en het woord ‘nee’ kwam niet in haar vocabulaire voor. Alles was “Yes missus”.

In die tijd was het doodnormaal om op je erf een huisje te hebben voor de maid. Dat vonden wij als Nederlanders natuurlijk niet kunnen. Nu hadden wij onder ons huis een studio appartement. Dus dat hebben we voor onze maid en haar man ingericht. Nieuwe meubels, koelkast, kookplaat en natuurlijk een straalkachel. Voor in de winter. Want aan centrale verwarming deden ze daar niet in Johannesburg, terwijl het in de winter toch nog best wel koud kon zijn. Ook de standaard 200 Rand in de maand aan salaris voor een maid vonden wij als Nederlanders toch bijna barbaars. Daar werd 300 Rand van gemaakt en er werd ook nog een spaarrekening geopend voor het dochtertje van Elisabeth, waar iedere maand naar ik meen 25 Rand op werd gestort. Puleng heette het dochtertje, Zulu voor prinses. Zo’n prachtig donkerbruin meisje met van die grote bruine ogen.

De man van Elisabeth, Duke, was tuinman. Althans, dat was hij, tot hij ontdekte welk salaris zijn vrouw kreeg. Toen stopte hij met werken. Hij deed nog wel onze tuin, maar zijn activiteiten bestonden voornamelijk uit voor de studio op het bankstel – dat hij naar buiten had gesleept – te zitten en bier of zure melk te drinken in het zonnetje. Overigens aangevuld met het comfortabele gerief van een voluit gloeiende straalkachel. In de zomer. De vaardigheden van Duke als tuinman lieten overigens nog wel wat te wensen over. Zo was hij met name bekwaam in het over het snoer van de elektrische maaier maaien. De uiteinden werden vervolgens aan elkaar gedraaid, beetje tape eromheen en maaien maar weer. Met het snoer in het zwembad. Dat heeft nog wel eens tot een klap geleid.

Duke had overigens, al zittend en bierdrinkend op zijn bank, een lucratief plan bedacht. Ik weet nog goed dat ik op een dag thuis kwam na school en zeker 20 mensen in de achtertuin zag. Een inspectie van onze kant leverde op dat het huisje op ons erf dat voor de maid bestemd was en naar wij dachten leeg stond – want Elisabeth en Duke woonden in de studio – door Duke werd verhuurd. Ka-ching. Het bijgebouw had twee kamers van 3 bij 3. Daar stonden dus 3 stapelbedden per kamer. Op stapels bakstenen. Dat is dan weer tegen de Tokoloshe, een mythische demon zo groot als een kind die een kruising is tussen een watergeest, klopgeest en/of een zombie en die ‘s nachts onder bedden kruipt om de tenen van nietsvermoedende slapers af te knagen. Daarom dus die bakstenen; dan kan de Tokoloshe er niet bij.

himmler_tokoloshe

Voor mijn vader was het een geluk dat hij redelijk bijtijds achter de huisjesmelk praktijk van Duke kwam, want het was in die tijd en in die suburb strafbaar om meer dan twee Niet-Blankes op je erf te hebben wonen. Afijn. Stevig gesprek met Duke gehad. Ook over de straalkachel. Dat ging een tijdje goed, totdat Duke in het midden van de nacht poedelnaakt en zo dronken als een Maleier in de tuin aan het dansen was. Deel van deze dans was om tuinmeubilair in het zwembad te werpen. De volgende dag konden Duke en Elisabeth hun koffers pakken.

Op zoek naar een nieuwe maid dus. Een collega van mijn vader had een maid en die had nog wel een nichtje dat werk zocht. Mamsie heette ze. Ze kwam van het platteland en sprak nauwelijks Engels. “Yes missus” was het eigenlijk wel zo’n beetje. Ze smeerde ganzenvet in haar haar om het mooi glanzend en soepel te houden. Nadeel van ganzenvet in een dergelijk klimaat is dat het binnen twee dagen ranzig wordt. En dat ruik je. Heel erg goed zelf. Die lucht kon je gewoon in blokken snijden. Met de maid van de buren als tolk een gesprek met haar gevoerd over persoonlijke hygiëne. En haar een persoonlijk verzorgingspakket cadeau gedaan. Met zeep, tandenborstel en pasta, deodorant en een alternatief voor ganzenvet. Dat hielp.

Waar dat niet bij hielp was haar onbekendheid met huishoudelijke apparatuur zoals de stofzuiger en het strijkijzer. Prullenbakken werden uitgezogen met de stofzuiger en het strijkijzer werd gewoon, terwijl de stekker nog in het stopcontact zat, zo onder de kraan gehouden om bij te vullen. De stofzuiger zei PLOF en het strijkijzer PATS. Wij zijn toen maar op zoek gegaan naar een nieuwe maid. En een nieuwe stofzuiger en een nieuw strijkijzer. Stom ook eigenlijk van ons: je kunt niet zo’n meisje van het platteland trekken en verwachten dat ze alles zo maar begrijpt. Waar ze vandaan kwam woonde ze in een rondawel zonder elektriciteit en stampte ze maïs met een stok voor de mieliepap. Haar behoefte deed ze even verderop, waarschijnlijk achter een bosje. De plotselinge overgang naar de grote stad was te groot voor haar. Volgens mij was ze blij om weer naar huis te mogen.

De verschillen in mentaliteit, achtergrond en cultuur waren sowieso goed zichtbaar. Ik weet nog dat de buren een elektrische grasmaaier hadden gekocht. Want dan hoefde de tuinman het gras niet meer handmatig te maaien. Op zijn kont en met een schaar. De tuinman was helemaal niet blij met het nieuwe apparaat, want dat betekende dat hij de tuin in ruim een uur kon maaien, in plaats van dat hij er twee dagen over kon doen. En dat betekende dus ook dat hij in de tijd die hij nu over had, wat anders moest doen. Ik heb hem wel verwensingen horen uiten tijdens het nieuwe maaien. Hij vond het wel best, zo op zijn kont en met zijn schaar. Alles op zijn gemak. Hij was niet de enige daarin. Ik weet nog dat als je door de Karoo (een halfwoestijn in de Noordelijke Kaap) reed, het doodnormaal was om donkergekleurde medemensen te zien wachten bij de bushalte, terwijl de volgende bus pas over twee dagen zou komen. Daar hebben wij helemaal geen tijd voor, denk je dan. Hier is het haast, haast, haast.

himmler_karoo

Wellicht ligt de oorzaak van het verschil tussen haast of geen haast in de klimatologische omstandigheden waarin onze verre voorouders zijn opgegroeid. Als je in Noord Europa je zaken niet op orde had, had je geen dak boven je hoofd en bovendien niets te eten als het winter werd. Dat betekende dus plannen, voedselvoorraden aanleggen in droge voorraadschuren, zaden opslaan om in het voorjaar te kunnen planten en warme kleding en dekens maken. Terwijl je in Afrika gewoon het hele jaar door onder een boom kon zitten wachten tot het rijpe fruit er weer eens vanzelf afviel. Maar misschien stel ik me dat wel te romantisch voor.

Ik heb mijn Afrika ervaringen ooit eens gedeeld met een zelfbenoemde kunstenaar op een vernissage. Al heftig vingerwapperend in mijn richting, waardoor de goedkope slempwijn over de rand van zijn glas klotste, maakte hij mij uit voor Frau Himmler. Alleen al omdat ik in het Apartheids Zuid-Afrika had gewoond. Dus ik was een racist en ik discrimineerde bovendien. Wat deze kunstenmaker niet wilde begrijpen, is dat ik in ons gesprek slechts de verschillen in mentaliteit en achtergrond wilde aangeven, zonder daarbij een waardeoordeel aan te meten. Maar ook dat was fout. Het door mij benoemen van feitelijke verschillen rechtvaardigde in zijn visie dat ik het stempel van Nazi opgedrukt kreeg. Zijn betichting heeft bij mij echter niet het door hem beoogde doel bereikt. Sterker nog, als het onder woorden brengen van mijn waarnemingen en ervaringen mij tot een racist maakt, draag ik "Frau Himmler" graag als geuzennaam. Waarvan akte.

Overigens is mijn artikel, althans bijna hetzelfde artikel, eerder gepubliceerd op ikwasinharen

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Nep-abortusklinieken in de USA: een groeiend probleem

Al eerder viel ons de messcherpe politieke satire van Samantha Bee met haar nieuwe programma “Full Frontal” op, maar wat we in de meest recente aflevering zagen, daar vielen ons letterlijk de schoenen van uit. Wat blijkt? Er zijn in de USA nep-abortusklinieken die zwangere vrouwen lokken om ze vervolgens te manipuleren om geen abortus te laten uitvoeren.

WTF? Er blijken twee maal zoveel nepklinieken als echte klinieken te zijn en hun werkwijze is even sluw als moreel corrupt. Deze “Pregnancy Resource Centers” doen zich voor als echte klinieken. Vrouwen krijgen een intake, worden getest op zwangerschap, op SOA’s, er worden echo’s gemaakt en dit alles door medewerkers in witte jassen die op medici lijken, maar het niet zijn. Hoeft ook niet, want er wordt verder geen enkele procedure uitgevoerd.

In plaats daarvan krijgen de hulpzoekende (zwarte) vrouwen horrorverhalen te horen en te zien, wordt ze verteld dat ze na een abortus nooit meer zwanger kunnen worden en wachtend op een “uitslag” van een of andere neptest kunnen ze ook nog even bidden met een medewerker. God is groot! Je zou denken dat de overheid optreedt tegen deze anti-abortusklinieken, toch?

Full Frontal with Samatha Bee

Nope. Sterker nog, deze hoaxklinieken worden zelfs gefinancierd met overheidsgeld, o.a. in Georgia. Deze klinieken kan niet het zwijgen worden opgelegd, omdat hun uitingen en praktijken, zowel in het publieke domein als ook de manipulatie naar de vrouwen toe, vallen onder Freedom Of Speech.

Bekijk onderstaande video’s en oordeel zelf. Smeriger dan dit wordt het niet. Zelfs George Orwell bedacht het niet zo bont.

Lees verder Nep-abortusklinieken in de USA: een groeiend probleem

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Asielzoekers laten meebetalen aan hun opvang. Een goed idee?

Eind 2015 heeft het voornemen van de Deense en de Zwitserse regering om asielzoekers te laten meebetalen aan hun opvang, voor enige ophef gezorgd.

Bij binnenkomst in Denemarken wordt de bagage van de asielzoekers doorzocht en kostbaarheden, juwelen en geld boven een bedrag van €400,00 worden ingenomen. De asielzoeker mag overigens nog wel zijn trouwring houden. In Zwitserland betreft het kostbaarheden en geld boven een bedrag van 1.000 Zwitserse Frank (€913,00).

Dit bericht moest toen het uitkwam ook bij mij even bezinken. Want we weten allemaal wie er ook juwelen en andere waardevolle spullen in beslag nam. En gouden tanden en kiezen liet trekken.

Even los van die referentie. De gedachte om asielzoekers te laten meebetalen aan hun opvang is zo vreemd nog niet. Echt niet alle asielzoekers die zich aan de grens melden zijn arm. Sommigen hebben een behoorlijke hoeveelheid cash bij zich. Kortom: die zijn in staat om zichzelf en hun eventuele gezin in ieder geval een tijd te bedruipen. Dan ligt het toch voor de hand om de opvang van die mensen niet voor rekening van de belastingbetaler te laten komen?

Een paar jaar geleden hebben Yamapama en ik een tijdje een vriend in huis gehad. Hij was door zijn vriendin het huis uitgezet. Hij heeft hier drie maanden gelogeerd. Hij ging lekker winkelen voor zichzelf – dure merkkleding, dure merklaarzen en een lekker nieuw luchtje van Dior – maar het kwam niet in hem op om aan te bieden om een bijdrage te leveren aan de huishoudpot. Of voor ons te koken of spontaan iets in het huishouden te doen. Toen we hem erop aanspraken en aangaven dat we het netjes van hem zouden vinden om iets bij te dragen, werd de zieligheidskaart getrokken. Want hij had het al zo moeilijk. Daarom ging hij maar in bad, om bij te komen. Met een drankje uiteraard, want badderen moet wel aangenaam zijn tenslotte. Kort daarna hebben onze wegen zich gescheiden. Hij is toen bij zijn moeder ingetrokken, die de eerste vier maanden niet meer van hem afkwam.

Daarin zit hem de angel. Op het moment dat je denkt dat iemand van jou profiteert, op jou parasiteert, is het met de hartelijkheid snel gedaan. En dat is wat we nu zien. Het gevoel dat er gebruik van ons wordt gemaakt.

Daar komt nog bij dat er gewoon te veel asielzoekers deze kant op komen. Ik denk dat weinigen er een probleem van zouden maken als er 1.000 vluchtelingen (let wel: ik maak bewust het onderscheid tussen asielzoekers en vluchtelingen) verspreid door heel Nederland opgevangen zouden worden. Maar het zijn er geen 1.000 en bovendien is er van een echte verspreiding geen sprake. 1.500 asielzoekers op één plek. In een dorp van 10.000 inwoners. Wie bedenkt dat? Dat kan alleen iemand die ergens in een ivoren toren zit in een omgeving waar de GeenStijl Allochtoon-O-Meter 0% aangeeft.

Maar ik dwaal af. Asielzoekers mee laten betalen aan hun eigen opvang. Waarom niet? Nog los van de afschrikkende werking die ervan uitgaat – als alleen de Denen en de Zwitsers het doen, komen de asielzoekers die van plan waren daarheen te gaan hierheen, dus eigenlijk kunnen we niet anders dan dit idee ook doorvoeren – is het een, zij het een kleine, tegemoetkoming aan de belastingbetaler. Die hoeft niet meer alleen op te draaien voor de kosten. Wellicht dat de inmiddels bestaande wrevel tegen de niet aflatende instroom van asielzoekers daarmee enigszins wordt verminderd. Maar ik weet het ook allemaal niet.

Let wel: als je in de bijstand terecht komt, moet je ook alle inkomsten en bezittingen opgeven.

We zijn toch het land van het participeren? Dat betekent dan ook dat iedereen, zonder onderscheid naar nationaliteit, bijdraagt in zoverre hij dat kan. Dus ook asielzoekers.

Overigens bestaat in Nederland al een regeling die precies hierop ziet: de eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen. Kennelijk een dode letter.

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

In de mist: Oproep aan alle automobilisten

Ik zit dagelijks op de weg, waaronder het stuk A4 tussen Leiden en Den Haag. De afgelopen tijd is het vaak mistig geweest, variërend van enkele slierten tot behoorlijk dikke mist. Wel is het zicht steeds meer dan 50 meter geweest, dus geen reden om mijn mistachterlicht aan te zetten.

Vanmiddag reed ik op de A4, op weg naar huis. Het viel mij op hoeveel auto’s er slecht verlicht zijn.

In veel gevallen heeft de bestuurder weliswaar zijn dagrijverlichting aan, maar helaas gaan de achterlichten dan niet altijd óók aan. Kortom, dan ben je slecht zichtbaar voor degenen achter je.

Ik begrijp van de @meldkamervid dat daar zowel door de meldkamer als door de politie extra aandacht aan wordt besteed. Eigenlijk zou wat mij betreft ieder voertuig standaard zowel aan de voor- als de achterzijde verlichting moet voeren; zodat iedereen op de weg altijd goed zichtbaar is.

Ik draag daar graag mijn steentje aan bij. Vandaar mijn oproep aan de automobilisten van Nederland: controleer of de achterlichten ook aangaan als je je dagrijverlichting aanzet. Zo niet, zet dan je dimlicht aan. We willen tenslotte allemaal graag veilig thuiskomen.

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone