Te paard, te paard versus de laffe ik

Ik heb in mijn leven een aantal keer gedemonstreerd. Er was iets waardoor we met de bovenbouw van mijn school over straat gingen en we zelfs, met toestemming van de powers that be, de lokale rotonde mochten bezetten. Ik heb werkelijk waar geen idee meer waar dat over ging. Het was toen voor ons belangrijk, dat weet ik nog wel. Iets met onderwijs, dat weet ik ook nog. Want daarom kregen we tenslotte toestemming van de decaan om dat onder lestijd te doen.

Ik ben tussendoor nog voor iets de straat op gegaan, maar ik kan mij niet echt – of eigenlijk helemaal niet – herinneren waar dat vóór of tégen was.

De laatste keer dat ik ben wezen demonstreren, was in mei 1993. De toenmalige minister van onderwijs, Jo Ritzen, had een plan opgevat om te gaan bezuinigen op het onderwijs. Dat raakte mij rechtstreeks, want ik wilde gaan studeren en ik had, terwijl ik nog gewoon op de middelbare school zat, een studiebeurs en een studenten OV-jaarkaart. En daar moest op gekort worden. Te paard, te paard!

We gingen met een groep naar Den Haag; naar het Malieveld om vervolgens bij het Binnenhof te eindigen. Daar werden we tegengehouden door de ME. Het verliep allemaal rustig totdat iemand een verfbom naar de ME gooide. Toen was het spuitwagens en traangas en ergens tegen een pui van de Lange Vijverberg aangedrukt worden. Daarna zijn we maar gewoon naar huis gegaan, want wat konden we nog bereiken daar? En in toestanden met de politie had ik al helemaal geen zin. Dat was het mij allemaal niet waard.

Toen ik thuiskwam en het nieuws aanzette, zag ik dat het een enorme bende was geworden bij het Binnenhof en op het Malieveld. Charges met paarden, geknuppel, tegen de grond geduwde studenten en beteuterde gezichten. Ik zat intussen veilig thuis met een biertje in de hand.

Mijn leraar geschiedenis trok naderhand nog een vergelijking met de provo’s en demonstraties in Amsterdam in zijn jeugd. De eerlijkheid gebiedt mij toe te geven, dat die vergelijking in het geheel niet op ging. Laten we wel wezen, halverwege de jaren 90 hadden we het toch gewoon verdomd goed. Als scholieren en studenten dan.

Waar ging het nu werkelijk om en waar heeft het cohort waartoe ik behoorde, nu werkelijk last van gehad? Helemaal niets en nergens van. Zolang we geen gekke dingen deden en geen acht jaar over een studie hebben gedaan, zijn we allemaal redelijk schuldenvrij door onze studie heen gekomen. En zeker niet als je er tijdens de studie nog een baantje bij had. Toen gebruikte de gemiddelde student ook zijn studiefinanciering (stufi) niet om een wereldreis mee te bekostigen. Dat schijnt nu wel anders te zijn. Bovendien – zo begrijp ik – gebruiken studenten hun stufi tegenwoordig om alvast een potje voor hun toekomstige huis mee te vullen.

Ik dwaal af, want waar het mij nu werkelijk om gaat is de vraag waar ik nu nog de straat voor zou opgaan. Waarvóór of waartégen zou ik nu nog demonstreren? Ik zie regelmatig demonstraties voorbij komen. Grote groepen, kleine groepen, groepen met en zonder veel politiebegeleiding, met en zonder trommels, met en zonder pers.

Dat waarvoor ik de straat op zou moeten gaan, durf ik niet. Nee, ik durf niet de straat op om te roepen dat het moet stoppen met vrouwenbesnijdenis in Nederland. Ja, want vrouwenbesnijdenis vindt plaats in Nederland, al dan niet door artsen die wellicht denken: beter hier in een ziekenhuis en in een steriele omgeving dan in Eritrea of Burundi met een roestig scheermesje. En als het niet in Nederland gebeurt, dan gaan de ouders wel met hun dochters terug naar hun land van herkomst in de vakantie, om die meisjes alsnog te laten besnijden. Want anders vinden ze geen fatsoenlijke man die met ze wil trouwen. En die ouders hebben hier vaak asiel gekregen om te voorkomen dat hun dochters besneden zouden worden, laat dat duidelijk zijn. En laat ook duidelijk zijn, dat vrouwenbesnijdenis (FGM) – en wat mij betreft ook mannenbesnijdenis, tenzij op medische indicatie – indruist tegen zoveel vrijheden waar wij in deze maatschappij voor zouden moeten staan.

Dat het moet stoppen met eerwraak. Al die vrouwen (en ook mannen overigens) die hier in Nederland moeten vluchten voor familie, omdat ze de familie-eer hebben geschonden door verliefd te worden en daar uiting aan hebben geven. Of omdat ze gewoon in het gezelschap van een man hebben verkeerd. Of op een ‘verkeerde’ manier naar een man hebben gekeken.

Dat er in Nederland geen plaats is voor imams die roepen dat alle homo’s van een flat gegooid moeten worden. Omdat het homo’s zijn. Of dat vrouwen die niet van top tot teen gekleed gaan hoeren zijn, die niets minder dan steniging en verkrachting verdienen. En niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.

Dat invoering van Sharia in Nederland, op welke schaal dan ook, koste wat kost, moet worden voorkomen. Want Sharia druist op alle vlakken in tegen wat we juist in de rechtsstaat hebben geprobeerd te bewerkstelligen. Als er iets is wat “te paard, te paard” verdient, is dit dat wel.

En waarom durf ik daar niet voor de straat op te gaan? Terwijl dit allemaal kwesties zijn die het verdienen dat wij er allemaal de straat voor op gaan. Ik durf het niet, omdat ik bang ben. Bang dat andersdenkenden mij thuis komen opzoeken en mij en mijn familie bedreigen, bang dat het mij mijn baan kost… Eigenlijk ben ik gewoon bang. En dat maakt mij laf. Ik weet het. Ik ben een laffe hond. En ik doe er niets aan, omdat al deze zaken mij niet rechtstreeks raken. Nog niet, moet ik daarbij zeggen.

Ik ben ook bang, dat als ik niets doe, het straks te laat is. En ik dan tegen mijn kleinkinderen moet vertellen dat oma toen niets heeft gedaan omdat ze bang was.

Ik beraad mij intussen nog. Vanachter mijn toetsenbord. Laffe ik.

Meer in deze categorie:
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone
Hihiwiwi

Hihiwiwi

What has been seen, cannot be unseen. Twittert als @Hihiwiwi

Comments

  1. Het is evident waarom die besnijdenissen vergoed worden. Het is handel en wordt gebillijkt onder de noemer dat het dan beter veilig kan gebeuren. De ECHTE vraag waar de ethische grens ligt wordt zo hard doodgezwegen dat in die stilte het antwoord besloten ligt. Anderzijds is het veilig om te stellen dat de Joodse gemeenschap een hele dikke vinger in de bestuurlijke pap heeft. Op elke bestuurlijke laag. En dat kan. Dat mag. Vrienden, Kennis en Kunde. Dat verdient oprechte hulde. Maar misschien is dat de meest tragische ironie van alles. Dat wat Moslims en Joden verbindt is het verminken van mensenkinderen die zich op geen enkel vlak kunnen verweren. Want dat is het: een kind verminken op basis van iets dat wetenschappelijk niet te toetsen valt, maar religie als basis heeft. Alle hygiëne redeneringen als bliksemafleider ten spijt. Je maakt willens en wetens een levend wezen stuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *